Cosis helpt mensen met een verstandelijke en/of psychische beperking grip te krijgen op het leven.
''Zo he, wat een bladeren!''

Zomaar een wandelingetje

Vanwege omstandigheden moest een cliënt na mijn behandeling van de dagbesteding weer naar huis. Of ik dat even wilde doen, want er stond maar één begeleider op de groep die dag. Mijn volgende afspraak volgde niet heel vlug op deze, dus ik gaf aan dat dat wel even kon.

De begeleider hielp de cliënt met de jas aantrekken. Toen ook de tas over de schouder hing, konden we op pad. Bij het openen van de buitendeur voelde ik een hand in de mijne schuiven. ''Zo, daar gaan we dan'', hoorde ik naast me, ''Die kant op''. Een wijzende vinger gaf de richting aan.

Veel van de bomen die we onderweg passeerden hadden hun bladeren al laten vallen. Daar sloften we wat doorheen. ''Wat een bladeren hé? Dat hoort bij de herfst''. ''Ja'', beaamde ik, ''Dat klopt, bijna alle bomen zijn al kaal''. We liepen de straat door ''Hierheen'' klonk het, weer ondersteund door een wijzende vinger in de juiste richting.

''Zo he, wat een bladeren!'' klonk het opnieuw.  ''Ja'' zei ik, ''Dat hoort bij de herfst''. Er kwam een glimlach als reactie. ''En koude handen'' zei ik, ''dat voel ik ook aan jouw hand''.  ''Ja'' was de reactie, ''We moeten nu die kant op''. ''Eerst veilig oversteken'' zei ik, ''Komt er iets aan?'', er werd naar links gekeken en naar rechts. ''Nee, we kunnen''.  We staken over.

''Oh moet je kijken he! Allemaal bladeren!'' klonk het verwonderd. ''Ja'' zei ik, ''Dat hoort bij de herfst''. ''Dat hoort bij de herfst'' hoorde ik zacht naast me ''Dat klopt''. ''Hier naar binnen, hier woon ik''. We belden aan en liepen naar binnen.

''Waar moeten we heen?''. Een groot contrast. Met steeds dezelfde verwondering werden de dingen onderweg opgemerkt, niet wetende dat we het daar net ook al over hadden gehad. Ondertussen werd mij de weg naar huis gewezen, zonder aarzeling, de goede route door de stad.

Thuis aangekomen nam de verwarring het weer over, geen herkenning van de hal. Geen idee welke kant haar eigen appartement op was.

Het was een wandelingetje waarin de kenmerken van dementie sterk zichtbaar waren. Achteruitgang zien kan heftig zijn. Ondanks dat gaf dit wandelingetje mij energie voor de rest van de dag. Ik genoot mee van alle bladeren. Die had ik zonder haar namelijk niet opgemerkt.

Biografie Marjolein