Cosis helpt mensen met een verstandelijke en/of psychische beperking grip te krijgen op het leven.
‘’Hoe kan iemand zo tegen een medemens praten?''

De maatschappij is verhard, of toch niet?

‘’Is de maatschappij echt harder geworden?’’, vroeg ik mij onlangs af nadat een goede vriend van mij dit opperde. We waren tijdens een gezellige avond uit met elkaar in gesprek en ik vertelde over mijn werk. Beiden zijn we voetbalfan en zo vertelde ik hem het onderstaande verhaal, waardoor een discussie ontstond over de 'hardheid' van onze maatschappij.

Gedeelde passie
In 2015 speelde het Nederlands elftal een kwalificatiewedstrijd in de, toen nog, Amsterdam Arena. Een man van middelbare leeftijd met het syndroom van Down woonde destijds bij ons, inmiddels is hij verhuisd en dat vind ik nog altijd jammer. We hadden namelijk een gedeelde passie: voetbal. Hij begreep het spelletje niet altijd, maar de sfeer, die voelde hij wel.

Deze bewoner vroeg mij om mee te gaan naar de kwalificatiewedstijd, een uitje georganiseerd door de personeelsvereniging van de sociale werkplaats waar hij werkte. Ik zit bijna iedere week in het stadion, weliswaar iets dichterbij, maar voor deze man was het zeker geen wekelijkse activiteit. Dit uitje moest hij wel mee vond ik en het leek mij leuk om mee te gaan.

De wedstrijd
Na een lange busreis komen we aan bij de Amsterdam Arena. Zodra we de arena binnenstappen bedenk ik mij: ‘’De Amsterdam Arena staat bekend om de enorme helling op de tribune. Deze is namelijk 36,9 graden!’’ Ik begin te lachen als ik de man, mijn voetbalmaatje op dat moment, naar boven zie kijken. Hij zucht en zegt: ‘’Zullen we hier maar blijven staan?”

Maar nee, er volgt een bijna spectaculaire trap-beklimming. Hij voorop en ik loop achter hem aan. We zitten net als de wedstrijd begint. Wat volgt is 45 minuten lang genieten. Er zit iemand naast mij die blijft vragen wanneer die wave voorbij komt en die juicht bij elk balcontact alsof de uitslag in de dubbele cijfers loopt. Ik vind het geweldig!

De scheidsrechter fluit en het is rust. Op naar de wc, helaas deelden vele anderen dit idee. Een lange rij voor de wc’s dient zich aan en we moeten geduld hebben. Uiteindelijk staan we een aantal urinoirs bij elkaar vandaan als ik een grote kale man naast hem zie staan: “Hé mongool, moet jij niet bij het invalidetoilet zijn?”

Ik zie mijn voetbalmaatje in elkaar duiken, hij oogt bang en de man begint te lachen. Mijn bloed kookt in enkele seconden en ik merk dat ik verstijf. ‘’Dit is bijzonder’’, denk ik nog, ‘’hoe kan iemand met vol verstand zo tegen een medemens praten?’’

Ik rits mijn broek dicht en loop met grote passen naar hen toe. En dan gebeurt er iets wat ik nooit zal vergeten. Van de andere kant komen twee, net zo grote, mannen aangelopen. Nog voor ik iets kan zeggen wordt de onbeschofte man aangesproken op zijn gedrag. Er wordt hem duidelijk gemaakt dat het niet grappig is en dat de man zich moet schamen.

Andere wending
Het liep goed af. We spraken nog even na met de twee mannen die het voor een medemens opnamen. Ik heb ze bedankt en het antwoord wat ik toen kreeg vergeet ik nooit. De man gaf aan tot een groep fanatieke voetbalsupporters te horen en iedere wedstrijd neemt deze groep een jongen met het syndroom van Down mee. Hij weet dus het betekent voor iemand en wilde absoluut voorkomen dat het op welke manier dan ook een negatieve ervaring zou worden voor mijn voetbalmaatje.

Na dit verhaal weet ik niet of dit een voorbeeld is van een hardere samenleving of juist het tegenovergestelde? Het is in ieder geval een herinnering om nooit te vergeten.

Biografie Maikel